Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Ontwikkeling kengetallen

Het onderstaande overzicht geeft een samenvatting van de financiële situatie van de organisatie op dit moment en tot en met 2018. Als referentiekader zijn de meest recente interne en externe criteria gebruikt.

Tabel 7: Kengetallen tot en met 2018

Solvabiliteit

Binnen de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs wordt gestuurd op solvabiliteit. De verwachting is dat de solvabiliteitspositie van de organisatie de komende jaren zal verminderen door een deel van het eigen vermogen te investeren in het onderwijsproces.

Het ministerie van OCW hanteert voor de solvabiliteit een signalerings-ondergrens van 30%. De verwachting is dat deze ratio voor OMO in 2018 uitkomt op (31% + 5% =) 36%. Dit is boven de ondergrens van 30%.

In de afspraken rondom het langlopende krediet met de BNG bank hanteert de bank een minimumeis van 20%, waarbij in de berekening van de solvabiliteit de voorzieningen niet worden meegenomen. Op basis van deze rekenmethodiek komt OMO in 2018 naar verwachting uit op 31%.

Weerstandsvermogen

Binnen de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs als totaal wordt gestuurd op solvabiliteit en daaruit afgeleid het weerstandsvermogen. Als ondergrens voor de solvabiliteit geldt 30%, bij gelijkblijvende omstandigheden is de daaruit afgeleide streefwaarde van het weerstands-vermogen 18%. Ultimo 2014 bedraagt de totale omvang van het eigen vermogen 116,6 miljoen euro, ofwel een weerstandsvermogen van 24%. Op basis van de huidige meerjarenbegroting is de verwachting dat dit percentage op hetzelfde niveau blijft. Tegenover de daling van het eigen vermogen staat een afname van de baten, waardoor het weerstandsvermogen op het niveau van 2014 blijft.

Rentabiliteit

Op basis van de vastgestelde begroting 2015-2018 komt de gemiddelde rentabiliteit in de driejaars periode 2016-2018 uit op -/- 0,5%. Dit negatieve gemiddelde houdt verband met de extra middelen uit het herfstakkoord die eind 2013 zijn ontvangen. Besteding van deze middelen ten gunste van het onderwijs vindt in de komende jaren plaats.

In de begroting is overigens nog geen rekening gehouden met de aanvullende lumpsum als gevolg van de gelden die vanuit het gemeentefonds voor het onderwijs beschikbaar zijn gekomen (motie Haersma-Buma). Het uitgangspunt is dat deze middelen in de komende begrotingsronde wel worden ingezet. Dit zal tot uitdrukking komen in de begroting 2016-2019.

Liquiditeit

Door het aantrekken van vreemd vermogen eind 2015 neemt de liquiditeit toe. Als gevolg van het aangaan van een lening eind 2015 neemt de liquiditeit toe. Het ministerie van OCW vraagt een ratio van minimaal 0,5. Aan deze norm wordt in 2018 niet voldaan. Het wel voldoen aan de norm zou betekenen dat een onnodig bedrag aan extra langlopende financiering zou moeten worden aangetrokken. Op basis van een risico inschatting wordt een streefwaarde van 0,4 vooralsnog als voldoende beschouwd.

Financiële buffer

Binnen OMO wordt niet gestuurd op de financiële buffer. De verwachting is dat deze beperkt zal stijgen, tot aan een waarde van 0%.

Debt service coverage ratio

Voor de vergelijkbaarheid tussen 2014 en de jaren tot 2018 is de debt service coverage ratio voor 2014 begrensd op een waarde van 20. Met het aangaan van langlopend krediet is er vanaf eind 2015 sprake van rentelasten en aflossingen. Vanaf 2015 wordt de debt service coverage ratio daarmee relevant. De BNG verlangt een minimumwaarde van 1,2. Aan deze ratio wordt ruimschoots voldaan. Zowel de DSCR-backward als DSCR-forward komen naar verwachting uit op 7,2 in 2018.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)