Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Risico’s en onzekerheden - Passend onderwijs

Als gevolg van de wet Passend Onderwijs wijzigen enkele geldstromen. Dit wordt hieronder toegelicht.

Lichte ondersteuning – LWOO/PrO

Vanaf 1 januari 2014 bestaat het budget voor een LWOO/PrO leerling uit een basis- en een ondersteuningsbudget. Per die datum is het totale ondersteuningsbudget voor LWOO en PrO op landelijk niveau gemaximeerd. Vanaf 1 januari 2016 geldt de maximering op het niveau van het samenwerkingsverband. Zover nu bekend blijven de middelen voor LWOO en PrO leerlingen voor alle jaren verlopen via de lumpsum van de schoolbesturen en maken daarom onderdeel uit van de lumpsum.

In begrotingen is voor de jaren 2015 en verder verondersteld dat de ondersteuningsbedragen voor LWOO/PrO in alle jaren gelijk zijn. De huidige informatie omtrent de lumpsum wijst op een jaarlijkse indexatie.

Leerlinggebonden financiering (LGF)

Het nieuwe bekostigingssysteem passend onderwijs vervangt het bekostigingssysteem voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en de leerlinggebonden financiering (lgf). De LGF subsidie vervalt daardoor. In elke afzonderlijke begroting is een (conservatieve) schatting gemaakt van de middelen die via het samenwerkingsverband ontvangen worden.

Lichte ondersteuning – overig

De samenwerkingsverbanden ontvangen vanaf 1 augustus 2014 één budget voor de overige lichte ondersteuning. Tot dat moment bestaat dit budget uit middelen voor het regionale zorgbudget, de reboundmiddelen, de middelen voor Herstart en Op de Rails. De (schoolbesturen binnen de) samenwerkingsverbanden verdelen vervolgens de middelen over de scholen waar de ondersteuning nodig is.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)