Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Identiteit

In het basisdocument, ‘Zingeving en goed onderwijs’ (bijlage 12), wordt de discussie over identiteit van drie basisbegrippen voorzien: goed onderwijs, een goed mens en goed leven. Het document is opgesteld vanuit de wens dat eenieder in het dagelijks leven geïnspireerd raakt door getoond gedrag. Gedrag maakt immers zichtbaar wat de betekenis van identiteit echt is. De vraag is dan ook: hoe kunnen we in de schoolpraktijk in gedrag betekenis geven aan het evangelie?

Verbreding en verdieping

Naast de lessen voor levensbeschouwing zijn er ook in 2014 weer diverse projecten geweest op de scholen die levensbeschouwelijke doelen nastreven. Die projecten kunnen variëren van deelname aan de Wereld Jongeren Dagen, onderzoek naar gemeenschappelijke waarden in de school tot maatschappelijke projecten die leerlingen bewust maken van verantwoordelijkheid voor de medemens. In overleg met schoolleiders wordt daarnaast doorlopend gezocht naar borging van het thema in de hele school en het hele curriculum.

In 2014 stond de vraag centraal wat effectief is als het gaat om de relatie tussen zingeving en onderwijs. Hoe kan een school zingeving en levensbeschouwing als rode draad door het onderwijs laten lopen? Dat kan bijvoorbeeld door betekenisvolle reflectie en gesprekken over gedrag te laten plaatsvinden bij meer dan alleen het vak levensbeschouwing en in alle leerjaren. En door zingeving ook in relatie te brengen met managementvraagstukken zoals krimp, financiën, personeelsbeleid en leiderschap. Identiteit is dan niet meer een pas op de plaats, maar een verandering van de organisatie. Tijdens een brainstorm met een aantal schoolleiders in november 2014 is gesproken over dit vraagstuk. Vanuit de notitie ‘Zingeving en goed onderwijs’ zou de beweging vooral terug te zien moeten zijn in gedragingen van zowel docenten als leerlingen. Docenten moeten daartoe goed ondersteund en toegerust worden. Vanuit de gewenste beweging is vooral relevant wat iemands drijfveren zijn, waarom iemand dit vak heeft gekozen, wat hij/zij de leerlingen wil meegeven en of er plek is voor interactie en verbinding. De vereniging heeft de ambitie om meer te doen dan kennisoverdracht alleen. Ook nadenken over levensvragen en dwarsverbanden hoort bij de vorming en ‘bildung’ van leerlingen in het VO.

In 2015 zal deze gedachtegang, en de meerwaarde ervan voor leerlingen en docenten, als vervolgstap op de notitie ‘Zingeving en goed onderwijs’ besproken worden met een divers samengestelde groep docenten vanuit de vereniging.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)